Nadat ze hun vader hebben begraven in Istanbul, keren Timur en zijn twee
broers, Ediz en Bora, terug naar Gent. Hun moeder blijft achter in Istanbul. De
drie broers hervatten hun leven, maar moeten op zoek naar een nieuw
evenwicht.
Terwijl Ediz de dominante vader speelt en Bora met verkeerde vrienden
domme dingen doet, probeert Timur zijn vaders droom te realiseren, namelijk
trompet spelen bij een fanfare. Sarah, de vriendin van Timur, vindt dat cool,
tot ze begint te beseffen dat hij hierdoor nog amper oog heeft voor haar…